stoppubauto.be - stopautoreclame.be

Wetsvoorstel voor het verbod op commerciële reclame voor de meest vervuilende transportmiddelen.

donderdag 19 april 2007.
 

Également en français.

WETSVOORSTEL VOOR HET VERBOD OP COMMERCIELE RECLAME VOOR DE MEEST VERVUILENDE TRANSPORTMIDDELEN

PDF - 142.1 kB
Wtesvoorstel stop auto reclame

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 23 van de Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (B.S., 29 oktober 1991, err., B.S., 10 oktober 1991) strekkende tot invoering van het verbod op reclame voor alle goederen die een warmtemotor bevatten en alle diensten waarvan de uitvoering het gebruik van een warmtemotor vereist met uitzondering van het openbaar vervoer en het transport van personen met beperkte bewegingsmogelijkheid.

Samenvatting

Het gebruik van de meest vervuilende transportmiddelen zoals er zijn de personenwagen of het vliegtuig is er historisch om gekend op uiteenlopende manieren zware problemen te veroorzaken voor de openbare gezondheid en, in de regio’s van hun grootste concentratie, mobiliteitsproblemen. De oliepiek en de ecologische crisis ten gevolge van de klimaatswijzigingen, waarvan de te verwachten gevolgen een onberekenbare prijs zullen hebben als sterke maatregelen uitblijven in de komende jaren, vormen een nieuwe context waarin het promoten van vervuilende transportmiddelen niet langer te verdedigen valt. Dit wetsvoorstel strekt dus tot aanpassing van de Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument aan de huidige context door het toevoegen van een verbod op de commerciële reclame voor de meest vervuilende transportproducten en - diensten.

HISTORIEK

De energetische en klimatologische crisissen waar onze samenleving zich vanaf heden moet op voorbereiden, verplicht ons ertoe zonder verwijlen alles in werk te stellen om de ergste locale en globale gevolgen voor onze economie, openbare gezondheid en milieu uit de weg te gaan. De consumptie van fossiele brandstoffen is de kern van deze dubbele crisis daar het overmatige gebruik ervan de energetische voorzieningen bedreigt (de aardoliereserves zijn niet onuitputtelijk) en vormen van vervuiling (zoals de uitstoot van broeikasgassen) met zich meebrengt die het ecosysteem niet op natuurlijke wijze kunnen compenseren. De nefaste gevolgen van deze buitensporige vervuiling op de publieke gezondheid en de klimaatswijzigingen zijn ondertussen wetenschappelijk aangetoonde feiten.

***

De explosie van de mondiale vraag naar petroleum heeft de notie van “peak oil” [1] - het moment waarop de aardoliewinning haar historisch maximum bereikt en vanaf wanneer de ontginning onomkeerbaar afneemt - terug opgang doen maken. De analyses en voorspellingen omtrent de “peak oil” geven uiteenlopende data aan die variëren van 2010, zoals de groep onafhankelijke experts van de “Association for the Study of Peak Oil and Gaz” [2] vooropstelt, en 2028 zoals het “Instiut Français du Pétrole” [3] stelt. Hoewel de precieze aanvangsdatum van het postpetroleum - tijdperk niet bekend is en dat ook niet kan zijn daar geologische, technologische, politieke en economische parameters de ontginning van aardolie beïnvloeden, volstaat het erop te wijzen dat het merendeel van de analyses bij de conclusie uitkomen dat de “peak oil” binnen de komende drie decennia zal plaatsvinden. De meest elementaire voorzichtigheid verplicht ons ertoe enkel deze hypothese als realistisch te beschouwen die er van uit gaat dat de aardolieschok vroeger zal plaatsvinden. Het bevoorradingsvraagstuk van aardolie is cruciaal voor de stabiliteit van onze economie die er gebruik van maken in alle sectoren van de productie. De politieke sturing van de uitputting van de aardoliebronnen kan niet langer op zich laten wachten. De energiezekerheid, sinds enige tijd terug een blikvanger in de media, verplicht ons ertoe snel uit de “alles-met-petroleum” logica te stappen, zoals bijvoorbeeld Zweden sinds vorig jaar gedaan heeft door een uitstap uit de fossiele brandstoffen te initiëren in een periode van 15 jaar [4].

In 2004 vertegenwoordigde aardolie in België 48% van de totale energieconsumptie. 42,1% daarvan werd verbruikt door het wegentransport. De structurele afhankelijkheid van koolwaterstoffen van de Belgische samenleving, en vooral haar transportsector waarvan de rol fundamenteel is voor de economie, moet benaderd worden vanuit de korte of middellange perspectieven van de aardolieschaarste en vanuit de hoge vlucht die de olieprijzen ongetwijfeld zullen nemen.

***

De klimaatscrisis is een andere reden waarom het van vitaal belang is dat onze samenleving een snelle ontwenning van aardolie op gang brengt. De consumptie van koolwaterstoffen veroorzaakt een uitstoot van o.a. carbondioxide waarvan de accumulatie in de atmosfeer het broeikaseffect in die mate versterkt dat het thermische evenwicht van het ecosysteem [5] ontwricht wordt.

De te grote uitstoot van broeikasgassen die het overmatige gebruik van koolwaterstoffen, en vooral aardolie, in alle sectoren van de economie met zich meebrengt, bedreigt het milieu, de samenleving en de mondiale economie op alarmerende wijze [6].

Wil men de klimaatswijzigingen beheersen, dan is het absoluut noodzakelijk zo snel mogelijk op te treden. Het zgn. ‘Stern Rapport’ wijst er met klem op dat bij het uitblijven van een onmiddellijke internationale actie om de uitstoot van broeikasgassen te stabiliseren, de klimaatsveranderingen economische gevolgen met zich mee zullen brengen waarvan de kosten veel hoger zullen liggen dan de te nemen maatregelen in dit kader [7].

In België vertegenwoordigt CO2 85,8% van de totale uitstoot van broeikasgassen [8]. Na een relatieve daling op het einde van de jaren 1990, is de hoeveelheid CO2 in België terug aan het stijgen, waardoor het land verder komt te liggen van haar vooropgestelde uitstootvermindering zoals vastgelegd in het Kyoto akkoord, geratificeerd in 2002.
De transportsector is in ons land verantwoordelijk voor 17,7% van de CO2-uitstoot en kent tevens de sterkste toename in emissies. De transportsector op zich dreigt dus de verminderingen in CO2-uitstoot die andere sectoren (zoals bijvoorbeeld industrie en landbouw verwezenlijkt) verwezenlijkten tot nul te herleiden. Dit maakt de doelstellingen waartoe België zich engageerde door het Kyoto akkoord te ratificeren, onhaalbaar. Die vaststelling wordt nog verontrustender wanneer men overweegt dat deze verbintenissen op zich totaal ontoereikend zijn om het doldraaien van het klimaat tegen te gaan.

***

De energiezekerheid en de strijd tegen de klimaatsveranderingen verplichten ons ertoe de consumptie van aardolie zonder verwijlen in te perken, vooral in de transportsector die een aparte plaats inneemt in de energetische en klimatologische crisissen gezien zijn belang en sterke groei.

Er bestaan vandaag geen enkele toepasbare technologie ter vervanging van aardolie. De mogelijkheid plantaardige brandstoffen, de zgn. ‘biobrandstoffen’ op de markt te brengen, biedt geen oplossing voor de energiecrisis [9], want de vereiste agrarische capaciteit voor een dergelijke overgang, overstijgt de beschikbare landbouwgrond. De zgn. ‘biobrandstoffen’ produceren bovendien CO2, waardoor hun eventuele veralgemening [10] geen uitweg vormt uit de klimatologische crisis [11].

Zelfs al zouden deze alternatieve technologieën in toereikende mate kunnen worden ingevoerd om de noden van het land te dekken, wat op dit moment beslist nog niet het geval is, zou het van weinig realiteitszin getuigen te denken dat zulks in een periode van enkele jaren te verwezenlijken zou zijn (de vertraging van 10 jaar vormt een cruciale periode in de strijd tegen de klimatologische ontregeling [12] en een doeltreffende voorbereiding op de ‘peak oil’ vereist dat de economie grondig losgekoppeld wordt van aardolie in de komende twintig jaar), hoewel net deze termijn beslissend zal zijn in de strijd tegen de klimaatsveranderingen en de energieafhankelijkheid.

Nationale en Europese inspanningen werden geleverd om het energieverbruik en de vervuilende emissies van personenwagens te verlagen. Deze acties kunnen echter de uitstoot van broeikasgassen niet beheersen zolang het wagenpark en de vraag naar mobiliteit blijft groeien. We stellen ‘rebound-effect’ vast: de ecologische winst per eenheid wordt door de toename van de totale consumptie uitgewist. De nieuwe wagens stoten inderdaad gemiddeld minder C02 uit, maar het wagenpark neemt net als de hoeveelheid verplaatsingen (aantal verplaatsingen en gemiddelde afgelegde afstand) toe, terwijl het aantal passagiers per wagen afneemt. [13]

De ‘propere wagen’, waarvan het bestaan per definitie uitgesloten is, vormt dus geen toereikend alternatief en kan niet tegemoetkomen aan de dringende noodzaak zowel de hoeveelheid verplaatsingen als de omvang van het wagenpark teug te schroeven. [14]

Luchttransport vormt eveneens een grote bedreiging voor het klimaat. Haar groei hypothekeert de ecologische vooruitgang die geboekt wordt door het terugdringen van de relatieve uitstoot in andere sectoren. [15] Na het failliet van Sabena op 7 november 2001 kende het luchtvaartverkeer (aantal passagiers) een voelbare neerwaartse beweging in 2002. Die tendens is ondertussen gekenterd en het aantal reizigers steeg in 2006 met 4,8% ten aanzien van 2005 [16].

***

Naast deze onherroepelijke stand van zaken van de energie - en klimaatproblematiek schept de onbeheerste groei van de transportsector ook andere verontrustende problemen zoals dat van de mobiliteit, vooral in de grote steden, waarvan de economische impact niet overschat kan worden. Zo voorziet het zgn. ‘trendmatige scenario’ voor de mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor 2015 ernstige gevolgen voor de levenskwaliteit in deze regio: “Een structurele verkeersopstopping, steeds langere reisduur, een lagere snelheid, een toenemende vervuiling.” [17]
Deze overbelasting van het wegennetwerk en de toename van het luchtverkeer veroorzaken meer en meer geluidshinder. De impact op het welzijn, de algemene gezondheid en de economische gevolgen hiervan zijn even belangrijk als gekend [18].

De toenemende luchtvervuiling heeft zelf ook zware gevolgen voor de algemene gezondheid. Kleine stofdeeltjes en ozon in het bijzonder verhogen het risico op een vroegtijdige dood aanzienlijk alsook de prevalentie van verschillende ziekten waaronder cardiovasculaire en cardiopulmonale aandoeningen. Het overwicht van Diesel motorisering op de Belgische markt verergert de toxiciteit van het wagenpark aangezien kleine stofdeeltjes vooral afkomstig zijn van de verbranding van deze brandstof. Het Europees bureau van de Wereld Gezondheid Organisatie schat dat de luchtvervuiling afkomstig van transport jaarlijks verantwoordelijk is voor 100.000 sterfgevallen in Europa, of voor een gemiddelde levensduurvermindering van 1 jaar. [19]

Ten slotte blijft verkeersmortaliteit een van de belangrijkste doodoorzaken in België. In 2005 verloren 1089 personen hun leven op de weg, 7253 raakten ernstig gewond en 58057 raakten lichtgewond. [20]

Het staat buiten kijf dat om tegemoet te komen aan de verschillende uitdagingen van morgen (energie, klimaat, algemene gezondheid, mobiliteit) men vanaf heden grondig moet ingrijpen in het transportgebeuren, door ‘zachte’ en publieke transportmiddelen te promoten en door op een efficiënte manier aan te zetten tot de vermindering van het gebruik van de meest vervuilende transportmiddelen door voor elk individu de consumptie van waterkoolstof en de emissie van broeikasgassen tot een houdbaar niveau terug te schroeven.

***

Toch zijn de transportmiddelen met de meest vervuilende warmtemotoren, in het centrum van de energie - en klimaatproblematiek, het voorwerp van een intense promotie via commerciële reclame. In 2005 werd in België meer dan 160 miljoen euro geïnvesteerd in reclame voor personenwagens [21], wat in verband gebracht moet worden met het historisch record aan immatriculaties in 2006 [22] en tevens, zij het op onrechtstreekse wijze, met dat andere historische record dat van 2006 het warmste ooit geregistreerde jaar maakte.
De efficiënte invloed van commerciële reclame op het gedrag van consumenten en op hun houding ten aanzien van merken werd aangetoond in verschillende studies en berekend door bedrijven die geheel of gedeeltelijk gespecialiseerd zijn in deze materie [23]. De technieken die de reclame-industrie aanwendt, mobiliseren de expertise ontwikkeld door de humane en psychologische wetenschappen, de geneeskunde (‘neuro-marketing’), de taal- en communicatiewetenschappen zodat de verspreide boodschappen steeds meer aan invloed winnen.

In het overgrote deel van de gevallen wordt voor deze commerciële boodschappen geen beroep gedaan op de consumenten, die de commerciële druk ondergaan zonder dat hun mening hierover werd gevraagd en zonder dat zij hierop kunnen antwoorden. Verschillende studies wijzen uit dat veel mensen zich verzadigd voelen van commerciële reclame wensen er minder mee te worden geconfronteerd, wat het unilaterale en opdringerige karakter van reclame nog minder aanvaardbaar maakt [24].

Bewust van de groeiende bezorgdheid van veel burgers omtrent de bescherming van het milieu, doen steeds meer adverteerders en hun reclameagentschappen beroep op commerciële boodschappen die hun producten en merken verbinden met een positieve atmosfeer die gekenmerkt wordt door waardering en respect voor het milieu, zelfs wanneer dit verband ongegrond is. De commerciële reclame heeft zich ontpopt tot één van de speerpunten van de zgn. “greenwashing”, i.e. het proces die erin bestaat een product of een merk zo voor te stellen als was het respectvol voor en begaan met de staat van de planeet en haar bescherming, terwijl de realiteit van de praktijken in de betreffende bedrijven vaak anders is.

De commerciële reclame voor personenwagens en vliegtuigreizen in het bijzonder oefent druk uit op de aankoop van dit soort producten en diensten en doet hun consumptie inderdaad toenemen. Tegelijkertijd associeert commerciële reclame deze producten en diensten met sociaal hoog aangeschreven waarden die een consumentistische sfeer scheppen en daardoor de noodzakelijke collectieve bewustwording en de bijhorende gedragswijziging vertragen.

***

De impact die het verbod van reclame voor thermische transportmiddelen zou hebben op de tewerkstelling moet verbonden worden met de ontzaglijke kost, met name in termen van tewerkstelling, van ecologische crisissen, waarbij de aardoliepiek en de opwarming van de aarde het meest urgent zijn. De grondige herstructurering van de socio-economische organisatie die de betreffende crisissen met zich meebrengen, vormen bovendien een belangrijke bron van werkgelegenheid. Het noodzakelijke verbod op commerciële reclame voor de meest vervuilende transportmiddelen schrijven zich dus in een bredere ontwikkeling in, die een geheel van houdbare maatregelen omvatten, waarvan de premissen bovendien steeds zichtbaarder worden.

Bij wijze van overgangsmaatregel, onderlijnen we dat een deel van de publicitaire activiteit die de aanname van deze wet opheft, overgebracht zou kunnen worden naar de niet-commerciële reclame voor bijv. het openbaar vervoer en dat de publieke steun voor de meest vervuilende transportsector geherintroduceerd zou kunnen worden in houdbare parcours en mogelijks grotere bronnen van werkgelegenheid.

***

- Overwegende dat deze druk op de consumptie van niet-duurzame transportmiddelen in totale tegenstelling komt te staan met de energetische en milieugebonden noden van België,

- Overwegende dat deze druk op de consumptie van niet-duurzame transportmiddelen in totale tegenstelling komt te staan met de inspanningen en verbintenissen van de Staat inzake de strijd tegen de klimaatsveranderingen en met het behoud van een houdbare mobiliteit in de grote steden en vooral in Brussel,

- Overwegende de zware gevolgen voor de algemene gezondheid en de hoge kosten, heden ten dage en in de toekomst, die de overconsumptie van koolwaterstoffen in de transportsector doen wegen op het budget van de sociale zekerheid,

- Overwegende dat de druk op de consumptie uitgeoefend door de commerciële reclame efficiënt is en daadwerkelijk een toename van aankoop en gebruik van de gepromote producten en diensten met zich meebrengt, zonder dewelke de publicitaire investeringen niet door de adverteerders zou zijn aangegaan,

- Overwegende dat deze aanzet tot overconsumptie van niet-duurzame transportmiddelen strijdig is met het recht op bescherming van de gezondheid zoals voorzien in artikel 23, lid 2 van de Grondwet en het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu zoals voorzien in artikel 23, lid 4 van de Grondwet,

- Overwegende dat de alternatieve transportmiddelen (zoals de elektrische wagen) zelden of niet het voorwerp zijn van commerciële reclame en dat het onderliggende voorstel bepalingen voorziet hen van zijn toepassingsgebied uit te sluiten,

- Overwegende dat de eventuele toename van het gebruik van minder energieverslindende voertuigen of voertuigen die functioneren met “biobrandstoffen” geen toereikende oplossing kan bieden voor de energetische, klimatologische en gezondheidsgebonden uitdagingen waaromtrent de toename van de transportsector een fundamentele plaats inneemt, en dat de commerciële reclame die eventueel ontwikkeld zou kunnen worden om deze te promoten dus niet te rechtvaardigen valt aangezien zij, in het beste geval, niet meer kan opleveren dan een ontoereikende verlaging van de CO2 emissies en van de consumptie van koolwaterstoffen, dat zij het in werking stellen van noodzakelijke alternatieven zou vertragen en dat zij op geen enkele manier de transportproblemen zou oplossen,

- Overwegende de noodzaak tot het grondig hervormen van mobiliteitsgewoontes door het bevorderen van het gebruik van het openbaar vervoer en “zachte” transportmiddelen,

- Overwegende dat de reclame voor bepaalde schadelijke stoffen reeds verboden is, zoals de reclame voor tabaksproducten bijvoorbeeld,

- Overwegende dat de ecologische crisissen die zich aanbieden een socio-economische reorganisatie van onze samenleving vereisen, dat deze noodzakelijke reorganisatie een belangrijke bron aan werkgelegenheid vormt en dat onderliggend voorstel aansluit op deze noodzaak:

- Het onderliggende wetsvoorstel beoogt het verbod op alle commerciële reclame voertuigen en producten die een warmtemotor bevatten en/of de diensten waarvan de werking berust op het gebruik van deze transportmiddelen of producten, met uitzondering van reclame voor het openbaar vervoer en het transport van personen met beperkte bewegingsmogelijkheid.

WETSVOORSTEL

Eerste artikel

Deze wet regelt de materie vastgelegd in artikel 78 van de Grondwet.

Artikel 2

Artikel 22 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument wordt gewijzigd en als volgt geformuleerd:

“Voor de toepassing van deze wet wordt als reclame beschouwd elk evenement, elke manifestatie, interventie, elke mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van producten of diensten te bevorderen, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen. Wordt als vergelijkende reclame beschouwd elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.”

Artikel 3

Artikel 23 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument wordt aangevuld door een lid 15 en als volgt geformuleerd:

“15°. §1. Is verboden elke reclame voor producten die een warmtemotor bevatten en voor de diensten waarvan de toepassing noodzakelijkerwijs het gebruik vereisen van een toestel dat een warmtemotor bevat, hieronder genoemd producten en diensten van thermisch transport. Onder warmtemotor wordt verstaan, elke machine die tot doel heeft warmte opgenomen uit de verbranding van motorbrandstof, van welke aard ook, te transformeren in mechanische beweging.

§2. - 1° Het verbod bedoeld in § 1 is niet van toepassing op de reclame voor het openbaar vervoer, noch op het transport van personen met beperkte bewegingsmogelijkheid.

2° Het verbod bedoeld in § 1 is niet van toepassing op:
- de reclame voor producten en diensten van thermisch transport uitgevoerd door buitenlandse kranten en tijdschriften, behalve wanneer deze reclame of de invoer van deze kranten en tijdschriften tot hoofdzakelijk doel heeft deze producten en diensten van thermisch transport te promoten op de Belgische markt;
- de toevallige reclame voor producten en diensten van thermisch transport gemaakt in het kader van een mededeling aan het publiek van een evenement dat in het buitenland plaatsvindt, behalve wanneer deze reclame of mededeling aan het publiek van dit evenement tot hoofdzakelijk doel heeft deze producten en diensten van thermisch transport te promoten op de Belgische markt;
- de weergave van het merk van een product of dienst van thermisch transport in het uitstalraam of de binnenruimte van winkels die gespecialiseerd zijn in de verkoop van producten of diensten van thermisch transport;
- de reclame voor producten en diensten van thermisch transport in publicaties die uitsluitend gedrukt zijn voor beroepshandelaars van producten en diensten van thermisch transport;
- informatieve brochures omtrent producten en diensten van thermisch transport bij name geadresseerd aan klanten die er uitdrukkelijk om vragen.

3° Het is verboden gebruik te maken van een merk dat zijn naamsbekendheid hoofdzakelijk te danken heeft aan één of meerdere producten of diensten van thermisch transport voor publicitaire doeleinden in andere domeinen, voor zover dat merk gebruikt wordt voor één of meerdere producten of diensten van thermisch transport. Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen om reclame te maken voor producten van hun gedeponeerd handelsmerk die geen producten of diensten van thermisch transport zijn, op voorwaarde dat:

a) de omzet afkomstig uit producten en diensten van thermisch transport die verhandeld worden onder hetzelfde gedeponeerde handelsmerk, zelfs door een andere onderneming, niet hoger ligt dan de helft van de omzet afkomstig uit andere producten en diensten dan producten en diensten van thermisch transport beoogd in dit artikel van het betreffende merk, en b) dat dit merk aanvankelijk gedeponeerd werd voor producten die geen producten en diensten van thermisch transport zijn.

4° De verboden voorzien in 3° zijn niet van toepassing:

- op het gebruik, voor publicitaire doeleinden in andere domeinen van een merk dat zijn naamsbekendheid hoofdzakelijk te danken heeft aan één of meerdere producten of diensten van thermisch transport, in kranten en tijdschriften uitgegeven buiten de Europese Unie, behalve wanneer deze reclame of het invoeren van deze kranten of tijdschriften hoofdzakelijk tot doel hebben reclame te maken voor een dergelijk merk op de Belgische of communautaire markt;

- op het toevallige gebruik in andere domeinen van een merk dat zijn naamsbekendheid hoofdzakelijk te danken heeft aan één of meerdere producten of diensten van thermisch transport, uitgevoerd in het kader van een mededeling aan het publiek van een evenement dat zich afspeelt in het buitenland, behalve wanneer dit gebruik of deze mededeling aan het publiek van dit evenement tot voorwerp heeft een dergelijk merk op de Belgische markt te promoten;

- op de weergave van een merk dat zijn naamsbekendheid hoofdzakelijk te danken heeft aan één of meerdere producten of diensten van thermisch transport, in de het uitstalraam of de binnenruimte van winkels waar de producten van dit merk verkocht worden;

- op de reclame voor een merk dat zijn naamsbekendheid hoofdzakelijk te danken heeft aan één of meerdere producten of diensten van thermisch transport, in publicaties die uitsluitend gedrukt zijn voor beroepshandelaars een dergelijk merk.”

[1] De term ‘Hubbert Peak’ wordt ook gebruikt, verwijzend naar de geoloog Marion King Hubbert.

[2] Association for the Study of Peak Oil and gas, « ASPO », Newsletter janvier 2007.

[3] Les pics pétrolier et gazier: enjeux et conséquences, Synthèse de la conférence du 11 mai 2006, Institut Français du Pétrole.

[4] Making Sweden an OIL-FREE Society, Commission on Oil Independence, Sweden, 21 June 2006.

[5] Climate Change 2007: The Physical Science Basis - Summary for Policymakers. Contribution of Working Group I to the Fourth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change, Intergovernmental Panel on Climate Change, Genève, 5 février 2007.

[6] Hetgeen Al Gore er in zijn film «An Unconvenient Truth », USA 2006, toe aanzet te spreken van een ‘beschavingscrisis’.

[7] Stern review: the economic of climate change, 2006.

[8] Het niveau van de uitstoot van CH4 (methaan), N2O (lachgas) en fluor gassen is gedaald sinds 1990, in tegenstelling tot CO2. Bron: Source: www.climat.be, cijfers van 2004.

[9] Zie bijv. Une nécessaire évaluation globale des biocarburants, INRA, februari 2006.

[10] De Europese Commissie heeft ‘een referentiewaarde’ vastgelegd van 5,75% van de markt voor biobrandstoffen tegen 2010. De vorige waarde, 2% in 2005, werd niet bereikt. Zie: EU strategy for biofuels. COM (2006) 34 final.

[11] Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Voortgangsverslag inzake biobrandstoffen - Verslag over de vooruitgang die in de lidstaten van de Europese Unie met het gebruik van biobrandstoffen en andere hernieuwbare brandstoffen is geboekt. COM/2006/0845 def. final.

[12] Communication from the Commission to the Council, the European Parliament, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions "Limiting Global Climate Change to 2 degrees Celsius - The way ahead for 2020 and beyond" COM(2007) 2, Cdr 14/2007.

[13] Transport and environment: facing a dilemma. TERM 2005: indicators tracking transport and environment in theEuropean Union, European Environment Agency, 2006.

[14] White paper. European transport policy for 2010: time to decide, Commission Européenne, 2001.

[15] Special Report. Aviation and the Global Atmosphere. IPCC. 1999.

[16] Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer, Brussels Airport, Brussels South Airport, Liège Airport, Ministère Wallon de l’Équipement et des Transports, Ostend Airport, Antwerp International Airport en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Departement Leefmilieu en Infrastructuur).

[17] www.mobil2015.irisnet.be

[18] Zie het dossier “Geluid” van het l’IBGE - BIM.

[19] Health effect of transport-related air pollution, Michal Krzyzanowski, Birgit Kuna-Dibbert and Jürgen Schneider, World Health Organisation Europe, 2005.

[20] Bron: Portalen van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie - Statistieken van verkeersongevallen

[21] Bron: Pub agency book - Meer dan 254.000.000 euro werd geïnvesteerd in reclame voor transport. Zie ook: Scripta. http://www.scripta.be/Media/researchcorner/2/mdb042005.pdf (Cijfers voor grote media enkel beschikbaar voor de periode mei 2004-april 2005).

[22] In 2006 werden in België 633.570 nieuwe voertuigen ingeschreven. Dit is een historisch record (de inschrijving van personenwagens steeg met 9,5 % in vergelijking met 2005, en is daarmee de sterkste groeier van alle vormen van inschrijvingen. Het aantal inschrijvingen van tweedehandse wagens brak in het zelfde jaar een record. Bron: Statbel.

[23] Zoals GfK Group, IPSOS, Gallup, AC Nielsen, etc.

[24] Studie - Significant GfK, België 2003: 75% van de Belgen vindt dat er te veel commerciële reclame op televisie is.; Studie - Yankelovich Partners, Verenigde Staten 2005: 65% van de ondervraagde personen voelen zich “voordurend overladen door reclame” ; opiniepeiling van TNS-Sofres, Frankrijk 2005: 43% van de Fransen zijn tegen reclame, 37% zijn er voor.


Contact-fr | Contact-nl | Confidentialité | Privacyverklaring